Blogjes getagged met ‘trein’

Betrapt

vrijdag 28 augustus 2009

Ergens op weg naar Amsterdam strompelt een man de coupé binnen. Hij duikt in een verlaten vierzits en een jonge vrouw, half struikelend over mijn tas in het gangpad, schuift snel aan. Bijna een minuut lang kijken ze elkaar zwijgzaam, maar lieflijk, toe. Totdat de vrouw opmerkt dat ze in een stiltecoupé zijn terecht gekomen. “Kijk: ’stilte’,” wijst ze naar het raam en zet enthousiast – en luidruchtig bovendien – een gesprek voort.

Haar ogen verraden verliefdheid. Mooie losse blonde lokken walsen met de bewegingen die haar hoofd maakt. Het felgekleurde T-shirt en hippie spijkerbroek met bloemetjespatroon getuigen een gelukkig persoon.

De man, iets ouder dan de dame naast zich, is gekleed in een tweedelig pak met lichte krijtstreep. Een nette Italiaanse snede; ware het niet dat zijn iele lichaam het pak tot zwerverskostuum degradeert. Een verrot bovengebit valt paardachtig over zijn doorrookte ondertanden.

Ik verwonder me over de combinatie van deze man en vrouw. Maar de liefde kent geen conventies. Dat blijkt des te meer als enkele stations verderop een student de trein instapt. Hij herkent de man tegenover zich als zijn hoogleraar en mengt zich naadloos in hun gesprek.

Opeens is de omgang tussen de man en vrouw als nooit geweest. Onopmerkzaam langzaam vergroten ze hun afstand. Handjes hebben de toenadering van elkanders schoot verloren en oogcontact is niet meer. Alle studieonderwerpen passeren de revue: slechte roosters, gebrekkige computerlokalen en het afstuderen.

Op dat moment wordt de relatie tussen de man en vrouw voor mij, de stille observant, pas duidelijk. Over twee maanden is het meisje klaar met haar studie, vertelt ze trots.

“Nou ja, dat zullen we nog wel zien”, grinnikt de scriptiebegeleider naast haar schijnheilig toe.

Stoer

vrijdag 27 maart 2009

Als bij Utrecht Centraal de schuifdeur van de coupé open gaat treedt er een meur van haastig opgerookte nicotine binnen. Het neemt plaats in de stoel schuin tegenover me. Het mannelijke voorval oogt zelfverzekerd met z’n leren zwarte jack, strakke jeans en spatvrije witte sneakers. De iets te luide beats uit z’n iPod laten hem onberoerd. In de schaduw van z’n Hugo Boss petje staren twee ogen met een ijzeren blik vooruit.

Ik heb een hekel aan afstandelijke treinreizigers. Vooral als ze nog stoer doen ook.

Ik observeer aandachtig. Er zit iets ondefinieerbaars rechts onder z’n lip; ik kan m’n ogen er nauwelijks vanaf houden. Na een paar minuten komt eindelijk de verlossing: “Heb ik iets van je aan of zo?”, terwijl de trein langzaam in beweging komt.

“Er zit iets op je kin.”

Met z’n vinger wrijft hij een vies kloddertje tussen z’n half gepuberde sikje vandaan. Met het schaamrood op de kaken dankt hij voor m’n opmerkzaamheid. Een kleine glimlach op m’n gezicht kan ik niet onderdrukken. Heel eventjes voel ik me stoer.

Sociaal

donderdag 27 november 2008

Op Den Haag Centraal ontwaak ik uit een naschools middagdutje en zie ik door mijn geknepen oogjes een oudere man de overvolle tweede klasse coupé binnenstrompelen. De man werpt een bezorgde blik naar de bezette stoelen om zich heen. Ik zie mijn kans en spring spontaan overeind.

“Meneer, wilt u mijn stoel misschien hebben?” De man kijkt me dankbaar aan, alsof ik hem zojuist het eeuwige leven heb geschonken.

Vijf treinstoelen verderop verlaat ik door een glazen klapdeurtje de tweede klasse en nestel me in een van de talrijke lege fauteuils van de eerste klasse en zet m’n middagdutje rustig voort.

Heerlijk, dat spitsuur.

Aantekeningen

maandag 1 september 2008

Een nieuwe start. Op tijd weg. Lekker rustig aan. Shit. Plensnat. Lenzen vergeten. Wel handig om je nieuwe klasgenoten te zien. Snel terug. Lift bezet natuurlijk. Motorisch gestoord apparaat. Rennen. Of nee,.. snel, de fiets. Eenrichtingsverkeer. Verwarde vrouw fietst half tegen me aan. Doos. Centraal station, wat een puinzooi. Totale ontregeling tot 2010 en verder. Over het tramspoortje trapeze fietsen. Gvd, hebben ze die stalling weggehaald ofzo. Nergens te bekennen. Alle lantaarns staan verder vol. Zelfs de bomen zijn bezet. Dan maar een stukje terug. Even door een zandbunker. Bijna geschept door een bus. Daarachter tram nummer 7. Kut, die had ik makkelijk kunnen hebben. Ik stal m’n fiets en waan me in een snelvaart door de forensenmassa. Een mevrouw van dagblad DAG biedt me een krant. Flikker op, trut. Net op tijd. Het is druk in de trein. En super benauwd. Tijdje geleden, dat reizen in de spits. Mensen praten te veel. En die telefoons. Houdt toch gewoon allemaal je kop dicht. Ik stink. En zweet als een otter. Vol zenuwen noteer ik wat aantekeningen in m’n telefoon.