Blogjes getagged met ‘rotterdam’

Kapsalon

woensdag 14 oktober 2009

“Een kapsalon en een cola.” Het vaste recept. Geen seconde twijfel over mijn keuze. “Meenemen”, voeg ik er nog haastig aan toe. Het is drie uur ’s nachts. In een shoarmatent aan het begin van de Witte de Withstraat zitten drie jongens. Marokkanen. Bij de Turk, verbaas ik me enigszins. En ik sta wat ongeduldig om me heen te turen. Met een biertje achter de kiezen trek ik me weinig aan van wat er om me heen gebeurt. Als m’n bestelling maar snel klaar is.

Vanuit m’n ooghoeken zie ik de jongens de tent verlaten, terwijl ik middelbare schoolherinneringen bij de Photo Play automaat sta op te halen. Trivial Pursuit was nooit aan me besteed. En verrek. Na zes jaar studeren nog steeds niet, verneem ik na drie inworpen.

“Meneer!”, hoor ik achter me. Ik draai me om. De shoarmaverkoper toont me mijn shoarmacreatie alsof het zijn nieuwste meesterwerk betreft. Zijn ogen glunderen van trots. In een aluminiumbakje schijnen patatjes en stukjes shoarma door de gegrilde kaas. Een berg aan sla en tomaten toppen deze Picasso af. In het midden bloedt een kleine hoeveelheid sambal in een plasje knoflooksaus. “Hij is goed zo, toch?”, vraagt de man me.

Enigszins decadent knik ik. Goedkeurend, dat dan weer wel.

De man maakt aanstalte om mijn kapsalon in een aluminiumjasje weg te dekken. Maar dan stopt hij en begint te aarzelen.

“Echt?”, vraagt hij me twijfelachtig. Zoals een vrouw na tien jaar huwelijk haar echtgenoot zeurderig over haar postuur verhoort.

“Perfect”, lieg ik de chef toe.

“Maar die jongen,.. die hier net weg liep. Die Marokkaan. Die zegt: ‘Het is shit.’ Mijn kapsalon,.. niet goed?”

“Man, als ik jouw kapsalon niet goed vond, kwam ik hier toch niet?”, probeer ik liefkozend terug te doen. M’n maag begint te rammelen van deze middernachttrek.

“Ja, maar hij vindt niet goed.”

Ik blaas een plaatsvervangende zucht uit.

“Iek raak daarvan in de stress, weet je.”

“Maar daar moet je niks van aantrekken. Dat is één persoon. Hoeveel mensen zijn hier vanavond tevreden weggelopen? Denk daar maar aan!”

Ik zie de man tellen, maar vergeefs.

“Iek die jongen nog extra vlees geven. Vond ‘ie hem nog niet goed.”

Ik zie m’n eten langzaam koud worden en ik wil hier weg. Mijn pogingen ten spijt, de man vrolijkt nauwelijks op.

“Iek word hier gewoon niet goed van. Die jongen zegt: ‘slechtste kapsalon ooit!’. Ies niet slechtste kapsalon ooit?”

In m’n uiterste poging de man van een zelfmoordpoging te behoeden hoor ik het gemijmer nog even aan. Een half uur later zie ik m’n kans schoon. Ik reken spoedig af en wens de man tot ziens.

Thuisgekomen eet ik een kleffe, koude kapsalon. Hadden die Marokkanen toch gelijk: de slechtste kapsalon ooit.

Mon Cherie (Dag Esmee)

maandag 19 januari 2009

Ergens in de meest prille zomerdagen van vorig jaar kruisten onze ogen elkaars wegen voor het eerst. Om de hoek van de cornflakes zag ik haar tobben over een der grotere keuzes in het leven: wit, bruin of meergranen. Haar zwoele blik verleidde mij die donderdagmiddag in haar richting. Daar bij de broodafdeling, met stip het meest romantische hoekje van onze supermarkt, bekeken we elkaar zwijgzaam van top tot teen.

Sindsdien kom ik haar regelmatig tegen. Binnen een paar maanden is er een chemie tussen ons ontstaan, die alsmaar groter is geworden. En nog maar één keer tot nu toe heb ik – angsthaast dat ik ben – de stoute schoenen durven aantrekken. Tijdens de vrijdagmiddagspits wees ik haar op de snellere kassa van Priscilla, links nummer drie. Met een oogverblindende lach bedankte ze me. Het deed me meer dan honderdduizend woorden.

Dat was maar goed ook. Ze spreekt namelijk niet al te best Nederlands; haar accent doet meer denken aan een ver Oost Europees land. Een Slavische schoonheid wellicht, ver van haar familie geïsoleerd. Of misschien een Zigeunermeisje. Zou ze hier soms studeren?

We hebben precies hetzelfde ritme. Elke middag zo rond een uurtje of twee, als ik uit m’n bed kom, en zij weet ik veel waar vandaan zien we elkaar. Soms stel ik m’n bezoekje aan de supermarkt expres even uit, als ik te vroeg wakker ben. Gewoon om de kans dat ik haar tegen kom te vergroten. Mijn boodschappen zijn een secundaire drijfveer geworden voor een bezoekje aan de supermarkt. Voldaan is het pas als ik haar weer gezien heb.

Tot vandaag. Geen dag zal meer hetzelfde zijn. Ik zal op zoek moeten naar nieuwe liefde, en erger nog: een andere supermarkt.

Terwijl ik m’n winkelmandje nog aan het uitzoeken ben passeert ze me van rechts. Haar uitdagende blik lonkt m’n hoofd mee met de richting van haar charmante looppas. Links de bocht om bij de uitgang. Ik staar nog even na terwijl ze de straat oversteekt. Had ik dat maar niet gedaan.

Achter het kruispunt voor onze supermarkt schuilt het meest onzedelijke hoekje van de stad. Een onguur rijtje met kroegen waar oude havenmannetjes zich beschenken en sleeën van dubieuze auto’s met geblindeerde ramen flaneren. Boven de entreepoort van het barretje op de hoek van de straat schreeuwt een fel rood neonlicht om aandacht: Mon Cherie. Gedesillusioneerd schud ik m’n hoofd terwijl ze de gespierde uitsmijter groet en naar binnen stapt. Ik wend m’n hoofd een andere kant op en verzucht: waarom ben je toch dit wat je bent?

Voornemens 2009

donderdag 18 december 2008

Goed gehumeurd en minstens zo gebekt besloot ik die middag naar de supermarkt te fietsen. Met een zon die vrolijk teruglachte daalde ik de statige Rotterdamse Westersingel af. Met geknepen oogjes en wuivende handjes schermde ik de felle zon van me weg, slingerend over het fietspad als de korte nacht daarvoor.

Een blik van herkenning lachte me toe bij het stoplicht. Weer ‘s wat anders dan een blik bier. “Hey! Jij hier!”, riep ik enthousiast terwijl ik licht vertwijfeld afremde. Je hebt kennissen waar je voor afstapt en kennissen voor wie je extra hard doorfietst. Deze jonge dame zat precies in het midden.

 - “Ja, jij dan?”
“Zo dat is wel een tijdje geleden zeg. Je bent veranderd! Waar ga je naar toe?”
 - “School! En jij?”
“Even naar de winkel. Maar hoe is het met je?”
 - “Ja goed hoor! Met jou dan?”
“Ja best prima,..”

Een knipoog later sprong het stoplicht op groen.

 - “Ik heb een beetje haast,..”

En dat was maar goed ook. Ik wenste haar succes, een fijne dag en wat al niet.

In de rij voor de kassa overdenk ik nog even de ontmoeting. ‘Was ze het eigenlijk wel?’, is de laatste gedachte die m’n hoofd koestert wanneer ik de caissière opbiecht mijn bonuskaart thuis te hebben liggen.

Eenmaal thuis gekomen lees ik een opdringerige e-mail die me uitnodigt iemands waarbenjij.nu blog te lezen. “Laatste twee weken Sydney!”, kopt haar zoveelste berichtje. En dan pas realiseer ik me wat ik gedaan heb: de arme meid, ze was het niet. Heb ik dan echt met een totaal vreemde staan praten?

Leuk was het wel.

Verrast frons ik m’n ogen en neem me stellig voor: dit ga ik veel vaker doen!

Aantekeningen

maandag 1 september 2008

Een nieuwe start. Op tijd weg. Lekker rustig aan. Shit. Plensnat. Lenzen vergeten. Wel handig om je nieuwe klasgenoten te zien. Snel terug. Lift bezet natuurlijk. Motorisch gestoord apparaat. Rennen. Of nee,.. snel, de fiets. Eenrichtingsverkeer. Verwarde vrouw fietst half tegen me aan. Doos. Centraal station, wat een puinzooi. Totale ontregeling tot 2010 en verder. Over het tramspoortje trapeze fietsen. Gvd, hebben ze die stalling weggehaald ofzo. Nergens te bekennen. Alle lantaarns staan verder vol. Zelfs de bomen zijn bezet. Dan maar een stukje terug. Even door een zandbunker. Bijna geschept door een bus. Daarachter tram nummer 7. Kut, die had ik makkelijk kunnen hebben. Ik stal m’n fiets en waan me in een snelvaart door de forensenmassa. Een mevrouw van dagblad DAG biedt me een krant. Flikker op, trut. Net op tijd. Het is druk in de trein. En super benauwd. Tijdje geleden, dat reizen in de spits. Mensen praten te veel. En die telefoons. Houdt toch gewoon allemaal je kop dicht. Ik stink. En zweet als een otter. Vol zenuwen noteer ik wat aantekeningen in m’n telefoon.

Blik bier

woensdag 25 juni 2008

Maandagochtend, 11:00. Op een enkele passant na is het centrum van Rotterdam vrijwel uitgestorven. Winkels massaal gesloten, mensen keihard aan het werk, jongeren aan de studie. Een lege binnenstad; alleen de supermarkt heeft in deze maandagvroegte haar deuren al opengesteld aan oude vrouwtjes, mijzelf en een heel ander bepaald behoevend publiek.

In de AH op de Lijnbaan sta ik met twee zwervers, een werkloze en een alcoholist in de rij van de kassa. Ik krijg er medelijden en een brok in m’n keel van. Voor een deel gewoon pure empathie voor deze mensen met overduidelijk grote problemen in hun leven. Dat zie je aan de (on)verzorging; lange, zorgelijk grijze haren, vieze oude, stinkende kleren en een gebit die al lange tijd niet meer gepenetreerd is – voor zover er nog van tanden te spreken is. Daarnaast hebben ze blijkbaar heel erg veel dorst. Zelfs al op maandagochtend. Blikjes bier passeren en masse de kassaband en flankeren van alle kanten mijn croissant, appel en verse jus. ‘Best’ bier – liegt het etiket.

Gedegradeerd tot bierschenker scant de ijverige kassajuf de producten. Uiterst geroutineerd, maar op haar vriendelijke begroeting krijgt ze weinig reactie. De ogen van deze klant zijn 100% gefocust op zijn aankoop. Na het afrekenen wordt het bier dan ook direct uit de handen van de caissière gerukt, alsof het een klomp goud is.

Schrijnend.

En tot vanochtend zit ik nog in over deze gang van zaken.

Maar al YouTubende kom ik erachter dat ik er weer ’s helemaal naast zit. Mijn kortzichtige ‘blik’ heeft me weer op een totaal verkeerd spoor geleid. Blikjes bier vervullen veel meer functies en de mensen uit de kassarij hebben er zelfs een liedje over geschreven:

Kapster

donderdag 19 juni 2008

Al 24 jaar lang zie ik er elke keer weer steevast tegenop. Het liefst zou ik gewoon helemaal niet gaan, maar het is voor mij helaas onvermijdelijk. Het alternatief zou waarschijnlijk een volledig kale kop opleveren en ik weet niet of ik daar zo goed mee om zou kunnen gaan. Dus ga ik maar weer, meestal elke 6 a 8 weken, hoe onverdraaglijk ook. Deze keer was ik wat later. Logisch gevolg van keihard opzien tegen de behandeling.

Voor de verandering eens een keer de Cosmo kapper. Niet dat ik na het ontslag nemen bij alle bijbaantjes die ik tot voor kort had opeens zo in het geld zwem,.. integendeel. Evenmin omdat ik graag mijn 10 euro en 50 cent vaste kapper (schuine streep antiekzaakje, kunstgalerij en hangplek voor oude, bejaarde mannetjes) inruil voor een willekeurige vreemde met een schaar. Nee,.. ik had een cadeaubon.

Terwijl ik aan de telefoon hing om de afspraak te maken (de salon bevindt zich pal tegenover mijn voordeur, maar de bonnefooi was me even te avontuurlijk) hield ik me al zwijgend voor: ‘Nu een keer echt iets anders Tom, wat precies weet ik niet, maar vooral anders. Laat je nou niet weer afkopen met een paar plukjes minder.’

‘Misschien wel iets echt heel kort, maar vooral anders’, fluisterde ik mezelf op het laatste moment nog toe terwijl ik vanochtend om 10:09, fashionably late, mijn voet over de drempel van kapsalon Cosmo Hairstyling aan de Eendrachtsweg plaatste. Haar ontvangst was overweldigend. Veel beter dan die van de bebaarde Jan met een te kort bouwvakkersblousje en een oerwoud aan uitpuilend borsthaar.

De beeldschone kapster, die zich lieflijk introduceerde als Kim, wist me te vergemakkelijken met een simpele vraag; nou ja twee eigenlijk. Koffie of thee was de eerste, en daarna kwam het. Eindelijk eens een keer wat anders dan het altijd lastige: ‘hoe wil je het?’ Ik bedoel,wie betaalt er nou wie om wie te knippen? “Wij voeren bij Cosmo verschillende productlines,” legde ze me haarfijn voor. Kim zei dat ze m’n haar wilde wassen, maar vroeg me of ik de standaard behandeling wilde, of de speciale massagebehandeling. Stiekem kneep ik even in m’n arm om te kijken of ik niet aan het dromen was.

“Die is wel duurder”, probeerde ze de illusie te verwerpen. Met m’n rechterhand in m’n broekzak kreukelde ik stilletjes de cadeaubon die me een paar dagen eerder door Volkskrant Banen geschonken was. Met een kleine, ondeugende grijns op m’n gezicht vervolgde ik kort daarna trefzeker met de woorden: “Doe toch die massagebehandeling maar.”

30 minuten genot volgden, 1800 in complete extase uitgetelde seconden exact. Daar droeg haar koffie ook een klein beetje aan bij overigens. Het enige wat ik uit m’n mond kreeg af en toe was een simpel knikje. Vooral instemmend, ik wilde Kim zeker niet tegenspreken. En ik was verlegen,.. zeer verlegen.

En daarom – vermoed ik - sta ik hier nu, enige uren later, lichtelijk onvoldaan, mezelf in m’n spiegel terug te kijken om me af te vragen wat er verder van dat knippen is terecht gekomen. Er is echt geen centimeter af,.. en dat is prima, want dat wordt volgende week lekker terugkomen.