Stoer

vrijdag 27 maart 2009

Als bij Utrecht Centraal de schuifdeur van de coupé open gaat treedt er een meur van haastig opgerookte nicotine binnen. Het neemt plaats in de stoel schuin tegenover me. Het mannelijke voorval oogt zelfverzekerd met z’n leren zwarte jack, strakke jeans en spatvrije witte sneakers. De iets te luide beats uit z’n iPod laten hem onberoerd. In de schaduw van z’n Hugo Boss petje staren twee ogen met een ijzeren blik vooruit.

Ik heb een hekel aan afstandelijke treinreizigers. Vooral als ze nog stoer doen ook.

Ik observeer aandachtig. Er zit iets ondefinieerbaars rechts onder z’n lip; ik kan m’n ogen er nauwelijks vanaf houden. Na een paar minuten komt eindelijk de verlossing: “Heb ik iets van je aan of zo?”, terwijl de trein langzaam in beweging komt.

“Er zit iets op je kin.”

Met z’n vinger wrijft hij een vies kloddertje tussen z’n half gepuberde sikje vandaan. Met het schaamrood op de kaken dankt hij voor m’n opmerkzaamheid. Een kleine glimlach op m’n gezicht kan ik niet onderdrukken. Heel eventjes voel ik me stoer.

Mon Cherie (Dag Esmee)

maandag 19 januari 2009

Ergens in de meest prille zomerdagen van vorig jaar kruisten onze ogen elkaars wegen voor het eerst. Om de hoek van de cornflakes zag ik haar tobben over een der grotere keuzes in het leven: wit, bruin of meergranen. Haar zwoele blik verleidde mij die donderdagmiddag in haar richting. Daar bij de broodafdeling, met stip het meest romantische hoekje van onze supermarkt, bekeken we elkaar zwijgzaam van top tot teen.

Sindsdien kom ik haar regelmatig tegen. Binnen een paar maanden is er een chemie tussen ons ontstaan, die alsmaar groter is geworden. En nog maar één keer tot nu toe heb ik – angsthaast dat ik ben – de stoute schoenen durven aantrekken. Tijdens de vrijdagmiddagspits wees ik haar op de snellere kassa van Priscilla, links nummer drie. Met een oogverblindende lach bedankte ze me. Het deed me meer dan honderdduizend woorden.

Dat was maar goed ook. Ze spreekt namelijk niet al te best Nederlands; haar accent doet meer denken aan een ver Oost Europees land. Een Slavische schoonheid wellicht, ver van haar familie geïsoleerd. Of misschien een Zigeunermeisje. Zou ze hier soms studeren?

We hebben precies hetzelfde ritme. Elke middag zo rond een uurtje of twee, als ik uit m’n bed kom, en zij weet ik veel waar vandaan zien we elkaar. Soms stel ik m’n bezoekje aan de supermarkt expres even uit, als ik te vroeg wakker ben. Gewoon om de kans dat ik haar tegen kom te vergroten. Mijn boodschappen zijn een secundaire drijfveer geworden voor een bezoekje aan de supermarkt. Voldaan is het pas als ik haar weer gezien heb.

Tot vandaag. Geen dag zal meer hetzelfde zijn. Ik zal op zoek moeten naar nieuwe liefde, en erger nog: een andere supermarkt.

Terwijl ik m’n winkelmandje nog aan het uitzoeken ben passeert ze me van rechts. Haar uitdagende blik lonkt m’n hoofd mee met de richting van haar charmante looppas. Links de bocht om bij de uitgang. Ik staar nog even na terwijl ze de straat oversteekt. Had ik dat maar niet gedaan.

Achter het kruispunt voor onze supermarkt schuilt het meest onzedelijke hoekje van de stad. Een onguur rijtje met kroegen waar oude havenmannetjes zich beschenken en sleeën van dubieuze auto’s met geblindeerde ramen flaneren. Boven de entreepoort van het barretje op de hoek van de straat schreeuwt een fel rood neonlicht om aandacht: Mon Cherie. Gedesillusioneerd schud ik m’n hoofd terwijl ze de gespierde uitsmijter groet en naar binnen stapt. Ik wend m’n hoofd een andere kant op en verzucht: waarom ben je toch dit wat je bent?

Een vrolijk kerstdansje

donderdag 25 december 2008

Hoe graag ik ook zou willen, echt een danser ben ik niet. Maar voor de kerst maak ik graag een uitzondering. Fijne feestdagen!

Glazen Huis

maandag 22 december 2008

Moet ik nou terugzwaaien? Het gaat immers niet om mij, maar om Coen, Giel en Paul. Maar ja, weet dat kleine kindje veel? Die is gewoon lekker met z’n papa en mama mee. Een dagje naar de Grote Markt in Breda, zwaaien naar de mensen achter het glas. Daar, nog eentje. Op de nek van z’n vader. Wie ben ik dan om niet terug te zwaaien? Of om wel terug te zwaaien? Moeilijk.

Het is net of ik in een dierentuin ben. Maar dan aan de verkeerde kant van het glas sta. Of de goede kant? Wat een hoop mensen. Ze maken foto’s. Van mij, met Paul op de bank. Op de felrode Kramfors van IKEA. Ja sorry, ik heb de vervelende eigenschap dat ik alle bankstellen van IKEA uit m’n hoofd ken. Even een korte pauze. Ik sta op. Coen Swijnenberg wil me een hand geven.

Wil MIJ een hand geven.

Maar ik heb beloofd niet in beeld te lopen. Wat moet ik doen? Ik doe het gewoon. “Welkom in ons huis,” stelt hij me gerust. En bedankt! Een klein babbeltje en voor ik het weet is Paul ook weer terug. En Giel doet ook even gezellig mee. Als een stel hoeren staan we achter het glas te ouwehoeren bij de mengtafel. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Het komt me zo bekend voor. Dit heb ik een keer eerder meegemaakt, maar toen werd ik na afloop gedesillusioneerd wakker.

Dit keer niet. Ik knijp mezelf drie keer in m’n arm voor de zekerheid. Er gebeurt niks. Nou ja, een rode striem op m’n arm. En een beetje pijn. Maar meer niet. Een sms’je op m’n telefoon bevestigt m’n hoop. Gelukkig staat m’n telefoon op trilstand. “Zie kje nou in beeld lope int Glazen Huis?WTF!”

Lees ook het verslag (en interview) door Jorn Agterberg op Radioactive.

Voornemens 2009

donderdag 18 december 2008

Goed gehumeurd en minstens zo gebekt besloot ik die middag naar de supermarkt te fietsen. Met een zon die vrolijk teruglachte daalde ik de statige Rotterdamse Westersingel af. Met geknepen oogjes en wuivende handjes schermde ik de felle zon van me weg, slingerend over het fietspad als de korte nacht daarvoor.

Een blik van herkenning lachte me toe bij het stoplicht. Weer ‘s wat anders dan een blik bier. “Hey! Jij hier!”, riep ik enthousiast terwijl ik licht vertwijfeld afremde. Je hebt kennissen waar je voor afstapt en kennissen voor wie je extra hard doorfietst. Deze jonge dame zat precies in het midden.

 - “Ja, jij dan?”
“Zo dat is wel een tijdje geleden zeg. Je bent veranderd! Waar ga je naar toe?”
 - “School! En jij?”
“Even naar de winkel. Maar hoe is het met je?”
 - “Ja goed hoor! Met jou dan?”
“Ja best prima,..”

Een knipoog later sprong het stoplicht op groen.

 - “Ik heb een beetje haast,..”

En dat was maar goed ook. Ik wenste haar succes, een fijne dag en wat al niet.

In de rij voor de kassa overdenk ik nog even de ontmoeting. ‘Was ze het eigenlijk wel?’, is de laatste gedachte die m’n hoofd koestert wanneer ik de caissière opbiecht mijn bonuskaart thuis te hebben liggen.

Eenmaal thuis gekomen lees ik een opdringerige e-mail die me uitnodigt iemands waarbenjij.nu blog te lezen. “Laatste twee weken Sydney!”, kopt haar zoveelste berichtje. En dan pas realiseer ik me wat ik gedaan heb: de arme meid, ze was het niet. Heb ik dan echt met een totaal vreemde staan praten?

Leuk was het wel.

Verrast frons ik m’n ogen en neem me stellig voor: dit ga ik veel vaker doen!

Sociaal

donderdag 27 november 2008

Op Den Haag Centraal ontwaak ik uit een naschools middagdutje en zie ik door mijn geknepen oogjes een oudere man de overvolle tweede klasse coupé binnenstrompelen. De man werpt een bezorgde blik naar de bezette stoelen om zich heen. Ik zie mijn kans en spring spontaan overeind.

“Meneer, wilt u mijn stoel misschien hebben?” De man kijkt me dankbaar aan, alsof ik hem zojuist het eeuwige leven heb geschonken.

Vijf treinstoelen verderop verlaat ik door een glazen klapdeurtje de tweede klasse en nestel me in een van de talrijke lege fauteuils van de eerste klasse en zet m’n middagdutje rustig voort.

Heerlijk, dat spitsuur.

Ondertussen

zaterdag 13 september 2008

De techniek staat werkelijk voor niks.

Wetenschappers in Genève zijn, in het grootste natuurwetenschappelijke experiment ter wereld, bezig met het nabootsen van de oerknal. Steve Jobs heeft aangekondigd Apple’s iPod te gaan opwaarderen tot een capaciteit van 120GB; al snel goed voor zo’n 2.000 cd’s in je broekzak. Mijn nrc.next opende vandaag met een verhaal over de nabije toekomst van energiebeheersing – met je iPhone of BlackBerry mobiel inloggen op een controlepanel van je huis, om de thermostaat iets bij te stellen of de ketel, koelkast en airconditioning een paar keer kort uit te zetten.

Net als mensen zijn computers tot steeds meer in staat, maar denken ondertussen steeds minder na.

Even voor het slapen gaan zet ik na een uur of drie ploeteren een punt achter een lappendeken van tekst. Dat zal ik morgenochtend verder sorteren en in m’n scriptie voegen, neem ik me voor. Zes uur later verzoekt m’n wekker me vriendelijk, doch dringend, uit bed te komen. "Nieuwe updates zijn geïnstalleerd en klaar voor gebruik," meldt een tekstballonnetje op het bureaublad van mijn computer me trots: “Windows is automatisch opnieuw opgestart.” Ik speur elke pixel van het beeldscherm grondig na, maar helaas: die tekstbestandjes zijn echt weg.

Aantekeningen

maandag 1 september 2008

Een nieuwe start. Op tijd weg. Lekker rustig aan. Shit. Plensnat. Lenzen vergeten. Wel handig om je nieuwe klasgenoten te zien. Snel terug. Lift bezet natuurlijk. Motorisch gestoord apparaat. Rennen. Of nee,.. snel, de fiets. Eenrichtingsverkeer. Verwarde vrouw fietst half tegen me aan. Doos. Centraal station, wat een puinzooi. Totale ontregeling tot 2010 en verder. Over het tramspoortje trapeze fietsen. Gvd, hebben ze die stalling weggehaald ofzo. Nergens te bekennen. Alle lantaarns staan verder vol. Zelfs de bomen zijn bezet. Dan maar een stukje terug. Even door een zandbunker. Bijna geschept door een bus. Daarachter tram nummer 7. Kut, die had ik makkelijk kunnen hebben. Ik stal m’n fiets en waan me in een snelvaart door de forensenmassa. Een mevrouw van dagblad DAG biedt me een krant. Flikker op, trut. Net op tijd. Het is druk in de trein. En super benauwd. Tijdje geleden, dat reizen in de spits. Mensen praten te veel. En die telefoons. Houdt toch gewoon allemaal je kop dicht. Ik stink. En zweet als een otter. Vol zenuwen noteer ik wat aantekeningen in m’n telefoon.

Blik bier

woensdag 25 juni 2008

Maandagochtend, 11:00. Op een enkele passant na is het centrum van Rotterdam vrijwel uitgestorven. Winkels massaal gesloten, mensen keihard aan het werk, jongeren aan de studie. Een lege binnenstad; alleen de supermarkt heeft in deze maandagvroegte haar deuren al opengesteld aan oude vrouwtjes, mijzelf en een heel ander bepaald behoevend publiek.

In de AH op de Lijnbaan sta ik met twee zwervers, een werkloze en een alcoholist in de rij van de kassa. Ik krijg er medelijden en een brok in m’n keel van. Voor een deel gewoon pure empathie voor deze mensen met overduidelijk grote problemen in hun leven. Dat zie je aan de (on)verzorging; lange, zorgelijk grijze haren, vieze oude, stinkende kleren en een gebit die al lange tijd niet meer gepenetreerd is – voor zover er nog van tanden te spreken is. Daarnaast hebben ze blijkbaar heel erg veel dorst. Zelfs al op maandagochtend. Blikjes bier passeren en masse de kassaband en flankeren van alle kanten mijn croissant, appel en verse jus. ‘Best’ bier – liegt het etiket.

Gedegradeerd tot bierschenker scant de ijverige kassajuf de producten. Uiterst geroutineerd, maar op haar vriendelijke begroeting krijgt ze weinig reactie. De ogen van deze klant zijn 100% gefocust op zijn aankoop. Na het afrekenen wordt het bier dan ook direct uit de handen van de caissière gerukt, alsof het een klomp goud is.

Schrijnend.

En tot vanochtend zit ik nog in over deze gang van zaken.

Maar al YouTubende kom ik erachter dat ik er weer ’s helemaal naast zit. Mijn kortzichtige ‘blik’ heeft me weer op een totaal verkeerd spoor geleid. Blikjes bier vervullen veel meer functies en de mensen uit de kassarij hebben er zelfs een liedje over geschreven:

Kapster

donderdag 19 juni 2008

Al 24 jaar lang zie ik er elke keer weer steevast tegenop. Het liefst zou ik gewoon helemaal niet gaan, maar het is voor mij helaas onvermijdelijk. Het alternatief zou waarschijnlijk een volledig kale kop opleveren en ik weet niet of ik daar zo goed mee om zou kunnen gaan. Dus ga ik maar weer, meestal elke 6 a 8 weken, hoe onverdraaglijk ook. Deze keer was ik wat later. Logisch gevolg van keihard opzien tegen de behandeling.

Voor de verandering eens een keer de Cosmo kapper. Niet dat ik na het ontslag nemen bij alle bijbaantjes die ik tot voor kort had opeens zo in het geld zwem,.. integendeel. Evenmin omdat ik graag mijn 10 euro en 50 cent vaste kapper (schuine streep antiekzaakje, kunstgalerij en hangplek voor oude, bejaarde mannetjes) inruil voor een willekeurige vreemde met een schaar. Nee,.. ik had een cadeaubon.

Terwijl ik aan de telefoon hing om de afspraak te maken (de salon bevindt zich pal tegenover mijn voordeur, maar de bonnefooi was me even te avontuurlijk) hield ik me al zwijgend voor: ‘Nu een keer echt iets anders Tom, wat precies weet ik niet, maar vooral anders. Laat je nou niet weer afkopen met een paar plukjes minder.’

‘Misschien wel iets echt heel kort, maar vooral anders’, fluisterde ik mezelf op het laatste moment nog toe terwijl ik vanochtend om 10:09, fashionably late, mijn voet over de drempel van kapsalon Cosmo Hairstyling aan de Eendrachtsweg plaatste. Haar ontvangst was overweldigend. Veel beter dan die van de bebaarde Jan met een te kort bouwvakkersblousje en een oerwoud aan uitpuilend borsthaar.

De beeldschone kapster, die zich lieflijk introduceerde als Kim, wist me te vergemakkelijken met een simpele vraag; nou ja twee eigenlijk. Koffie of thee was de eerste, en daarna kwam het. Eindelijk eens een keer wat anders dan het altijd lastige: ‘hoe wil je het?’ Ik bedoel,wie betaalt er nou wie om wie te knippen? “Wij voeren bij Cosmo verschillende productlines,” legde ze me haarfijn voor. Kim zei dat ze m’n haar wilde wassen, maar vroeg me of ik de standaard behandeling wilde, of de speciale massagebehandeling. Stiekem kneep ik even in m’n arm om te kijken of ik niet aan het dromen was.

“Die is wel duurder”, probeerde ze de illusie te verwerpen. Met m’n rechterhand in m’n broekzak kreukelde ik stilletjes de cadeaubon die me een paar dagen eerder door Volkskrant Banen geschonken was. Met een kleine, ondeugende grijns op m’n gezicht vervolgde ik kort daarna trefzeker met de woorden: “Doe toch die massagebehandeling maar.”

30 minuten genot volgden, 1800 in complete extase uitgetelde seconden exact. Daar droeg haar koffie ook een klein beetje aan bij overigens. Het enige wat ik uit m’n mond kreeg af en toe was een simpel knikje. Vooral instemmend, ik wilde Kim zeker niet tegenspreken. En ik was verlegen,.. zeer verlegen.

En daarom – vermoed ik - sta ik hier nu, enige uren later, lichtelijk onvoldaan, mezelf in m’n spiegel terug te kijken om me af te vragen wat er verder van dat knippen is terecht gekomen. Er is echt geen centimeter af,.. en dat is prima, want dat wordt volgende week lekker terugkomen.