2010

Noors

woensdag 21 juli 2010

Twee Noren ter dood veroordeeld in Congo. Of ik het nieuws mag brengen, vraag ik mijn recent verworven eindredacteur. “Een beetje een ver-van-mijn-bed show, vind je niet?” Nee, denk ik. Maar dat heeft een rede.

Ik laat haar verder: “Ik probeer altijd een ijkpersoon in m’n hoofd te nemen. Zou die het interessant vinden?”

Ik kijk haar twijfelend aan.

Ze probeert nog een keer: “Je moeder, bijvoorbeeld, die zou zo’n stel Noren toch ook geen klap kunnen schelen?”

“Uhm,” zeg ik ietwat schuchter, “jawel hoor.”

Verrast kijkt ze me aan. Zo assertief had ze me niet zien aankomen.

Maar wist zij veel dat m’n moeder Noorse is.

Viagra

donderdag 10 juni 2010

Maandagochtend, 7 uur. Alsof dat op zichzelf nog niet straf genoeg is. M’n oogleden plakken nog half door zand doordrenkt aan elkaar. Toch weet ik de weg naar m’n laptop te vinden. Na een druk op de linkerknop van ‘t Senseo-apparaat is het tijd voor m’n dagelijkse ochtendritueel.

Facebook, check. Twitter, check. Hyves, check. Hotmail,..

Toch nog even een keer in m’n ogen wrijven. En een slok cafeïne. Tientallen nieuwe e-mails! In één nacht tijd. Wat heb ik gedaan om dat opeens voor elkaar te krijgen, vraag ik me zelfgenoegzaam af.

Maar wanneer ik het digitale postvakje open, ontdek ik tot grote schrik dat het niet om fanmail gaat. Ik ken deze afzender al. Geen goed nieuws.

Van meneer of mevrouw Mail Delivery Failure krijg ik wel vaker post. Maar zoveel in één keer? Delete, delete, delete,..

En dan opeens tussen al het ongein een ander bericht. Of ik door heb dat ik spam-mailtjes verstuur. “M’n mailbox staat stijf van al je e-mail over viagra”, grapt een oude collega.

Even flink graven door m’n hoofd op deze vroege ochtend. Wat heb ik verkeerd gedaan dan? Normaal let ik altijd zo op. Kettingmail verwijs ik standaard naar m’n virtuele prullenbak en ik klik nooit op dubieuze advertenties. Onduidelijke bijlagen in e-mails open ik al helemaal niet. En ook digitale envelopjes met ‘exclusieve’ naaktfoto’s van Paris Hilton laat ik dicht. Zelfs als Paris ze me persoonlijk toestuurt.

Maar dan weet ik het weer. In de roes van m’n verslaving moest ik zo nodig vreemd inloggen van ‘t weekend. Kennelijk vanachter een besmette laptop. Heeft dat onding m’n wachtwoord afgekeken en is ‘t op eigen houtje Viagra-pillen gaan promoten?

Hoeveel slechter kan m’n week beginnen, pieker ik. De retourmails van verontwaardigde ontvangers stromen ondertussen binnen. “Hey joh, wat is dit nou weer?”, mailt een oude studiegenoot.

Ik ontvang opeens berichten van mensen die ik al in tijden niet gesproken heb. Toch wel een leuke bijkomstigheid, moet ik eerlijk bekennen. En zo verdwijnen m’n tranen van frustratie als sneeuw voor de zon. Ze maken plaats voor een glimlach op m’n gezicht, die vaag reflecteert in ‘t lcd-schermp van m’n laptop. En dan zie ik opeens een e-mailbericht waar de hartkloppingen me bijna van m’n bureaustoel doen aftrillen.

Het is een e-mail van Peter. Nog even check ik of ik niet aan het dromen ben. Een rode striem op m’n arm is het gevolg, maar ik ben klaarwakker. Het is écht een mail van Peter.

Dat is lang geleden, zucht ik. Na al die jaren, eindelijk weer contact? Terwijl dat zo’n lange tijd niet gelukt is. Al m’n Hyves en Facebook berichten ten spijt. Op een gegeven moment heb ik zelfs wat geld uitgetrokken om Peter een sms te versturen. Maar met m’n eerste echte goede schoolvriend heb ik nooit meer contact gekregen.

En nu opeens dit. “Hey oude pik. Is dit spam, of heb je aandelen in dat viagra bedrijf ofzo? Alles goed trouwens?”

Toegeven, klinkt niet als het startschot van een sentimentele reünie. Maar toch,..

Overladen door enthousiasme en vol goede moed klik ik op de reply-knop. Is al die spam van mij toch nog ergens goed voor geweest. Mijn berichtje typt zich vervolgens als het ware zelf. Zo gaat dat met oude vrienden. Jaren elkaar niet gesproken en toch vloeien de letters letterlijk over het scherm.

En dan,.. het heugelijke moment. Send.

Fout: De limiet is bereikt van het aantal verzonden berichten dat elke 24 uur mag worden verzonden. Probeer het later opnieuw.

Verslaafd

maandag 8 februari 2010

Vooruit dan maar: voor het slapen gaan nog even een vluggertje. Echt genieten doe ik er niet van, maar het moét. Een ondeugend prikkeltje in m’n hoofd dwingt me er toe. Als een duiveltje kijkt ‘ie mee over m’n rechterschouder. Goedkeurend. Klaar. Maar achteraf vraag ik me altijd weer af waarom ik me heb laten gaan. Hoe kon ik het weer laten gebeuren? En echt beter voel ik me – wederom – niet.

Op dit soort momenten verlang ik altijd weer naar vroeger. Naar die onbezorgde tijd. Toen ik nog een kind was. En vooral: onschuldig. Van geen kwaad bewust. Toegeven: af en toe een stiekeme graai in de snoeptrommel. Of een koekje pikken uit het rode blik op de bovenste keukenplank. Maar dat heb ik allemaal weten af te leren. Waarom dit dan niet?

Ik leef in een continue waan. Mijn ogen turen als een bezetene om me heen op zoek naar de mogelijkheid te zondigen. Een geschikt moment, een mogelijke kans. Soms vind ik mezelf op de WC terug en hang ik half boven de pot. Even stiekem, met de deur op slot. Maar ik doe het ook op straat, onderweg en in de trein. Laatst betrapte ik me zelfs in de collegezaal. Gewoon midden in de les!

En op het werk ben ik net zo schuldig. Als het onder m’n bureau niet lukt, duik ik stiekem het koffiekamertje in. Eerst goed kijken of er niemand in de buurt is natuurlijk. Of niemand kijkt. Dan leun ik tegen de koffiemachine aan en ga ik even kort aan de slag.

Als ik opeens de deur hoor open gaan, grijp ik naar m’n schijnheilige blik. Een pose waarbij ik mijn benen gekruist houd en van geen kwaad bewust om me heen tuur. Zo onopvallend mogelijk fluit ik er nog een vrolijk deuntje uit: “Sha-la-lie, sha-la-laa”. Alsof er helemaal niks aan de hand is.

Maar er is natuurlijk wel wat aan de hand.

Het moet er uit: ik ben gewoon verslaafd. Ik heb geprobeerd te stoppen. Maar dan kom ik aan. Word ik chagrijnig. Ga ik zweten. Raak ik zenuwachtig en kortademig. Krijg ik trillende handjes. Dat soort dingen.

Shit, hee. Ik haat de informatierevolutie. Al die sms’jes, e-mails, krabbels,.. en sinds kort ook nog ’s dat zinloze getwitter. Maar vanaf nu ga ik afkicken. Ze zeggen dat toegeven de eerste stap is van ontwennen.

Ik hoop maar dat ze gelijk hebben.