Super! Jumbo!
woensdag 28 oktober 2009
De ontknoping van de slag om Super de Boer maakte me op z’n zachts gezegd nogal zenuwachtig. Een nieuwe supermarkt op mijn dagelijkse looproute. Als dat maar goed gaat, dacht ik. Met kriebels in m’n buik nam ik de proef op de koopsom. Met ’n Super de Boer boodschappentas onder de arm taaide ik af naar de Jumbo en na mijn avontuur kan ik zeggen: Super! Jumbo!
Het begon eigenlijk al bij de grote goudgele entreepoort. Markante letters spelden van ‘J’ tot ‘O’ het logo van mijn nieuwe supermarkt. Het maakte (bijna) een beetje dezelfde blije indruk op me als de ‘golden arches’ van McDonalds. Ik merkte al snel: dit wordt een supermarktuitstapje die ik nooit van m’n leven zal vergeten. Maar echt zeker op dat moment wist ik het natuurlijk niet.
Bij binnenkomst liepen blije huisvrouwen aan mijn rechterhand het gebouw uit met ‘n genoegzame lach op hun gezicht, alsof meneer Jumbo ze net hoogstpersoonlijk een orgasme had bezorgd. Eventjes kreeg ik het doodsbenauwd bij de gedachte. Maar ik liet m’n fantasie me geen strobreed in de weg leggen en liep door.
Mijn eerste voetstappen door het winkelruim voelden warm en vertrouwd. Net als elke andere supermarktvloer. Net als mijn Super de Boer. Maar het was zoveel meer. Ik liet me verrassen door alle varianten koffie en thee. De meest inheemse soorten kwamen op mijn pad langs, van Indian Spices via Minty Morocco tot de Swiss Mountains en op z’n minst alle tussenliggende streken.
Ik kwam in de vakantiesfeer en mijn reis bracht me al snel bij de groenten en fruit waar ik op zoek ging naar verse kruiden. Ondanks vergeefse pogingen lukte het me niet om de basilicum van mijn boodschappenlijstje te ontdekken. De overvloedige groenten- en fruitsoorten hadden de basilicum gedegradeerd tot inferieur onkruidplantje. Maar niet getreurd. De afdelingsknecht – die met zijn aardbeienhoofd een echte expert leek – leidde me vrolijk de weg door zijn bos.
Als een volleerde Willy Wonka toonde hij me zijn chocoladefabriek. Langs de komkommers en kiwi’s, en ver voorbij de meloenen en maïs wees hij me op ‘t uitzicht aan de rechterhand. “Kijkt u eens, meneer.” Net op ‘t moment dat ik de verpakking in mijn mandje wilde stoppen hield de beste man me tegen. “U kunt beter een plantje nemen. Die zijn nog goedkoper ook.” Het assortiment ging van klein naar groot, gelijk de prijs. Streberig, doch subtiel, verleidde hij me naar de grootste. “Die gaan veel langer mee, joh.”
Terwijl ik met deze “hele goede keuze” verder liep, riep de man me nog enkele keren na: “Wel goed water geven hé! En niet in de kou laten staan.” Hij zwaaide me uitbundig na, terwijl ik m’n tocht voortzette. Ik kon de echo van z’n warme stem nog eventjes horen klinken voorbij de honden- en kattenvoer, toen de volgende kennismaking zich alweer had aangeboden.
Achter het bordje ‘vleeswaren’ schuilde een volwaardig vleesimperium. Dat kwam goed uit, want voor mijn lasagneplannen had ik gehakt nodig. Maar ondanks alle soorten en maten leek de ‘gewone’ variant nergens te bekennen. Zelfs de slagersjongen moest even twee keer in zijn ogen wrijven, toen hij samen met een collega onze route uitstippelde.
Ondertussen zag ik mijn kans schoon op een kopje koffie. Die had ik nog niet gehad vandaag. Een ringvormig houten bankje zoals dat vroeger ook op het pleintje in mijn straat stond. Een typisch Nederlandse ‘gezellig’ vinding. Niet dat dat ooit geholpen heeft. Alleen maar ruzies over wie er op het bankje mocht zitten. En dat ik – shitkind dat ik was – vooral lekker binnen moest gaan spelen. Maar hier niks van dat alles. Oude mevrouwtjes zaten gezapig naast me, lekker bij te komen van het boodschappenavontuur met een sappig theetje of een verse bak koffie. Koekje erbij. Het kon allemaal hier. Bij de Jumbo.
Ondertussen had de vleesknul zich weer bij me gemeld met de routekaart richting “gewone gehakt”. Ik achtervolgde hem voor mijn gevoel kilometerslang door zijn vleselijk paradijs. Maar het was een waar genoegen. In gedachte zag ik het wild om me heen lopen en beslopen wij – Rachid, was ik ondertussen achtergekomen, en ik – samen de uitgerekte velden op zoek naar mijn portie rund. En wat voor een.
Nog nauwelijks m’n jachtgeweer opgeborgen in m’n mandje toog ik af naar de kassa. Een mooie blondine groette me aan het einde van een bijster korte rij klanten. Niks geen lastige vragen, niks geen bonuskaart, airmiles, zegeltjes of andersoortige woekerproducten. Zelfs geen fucking Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen poppetjes. Niks van dat alles. Alleen een prettige dag. In accentloos Nederlands. Ik wist niet wat ik hoorde.
Opgelucht verliet ik de supermarkt. Mijn nieuwe supermarkt. En nu begreep ik het. Meneer Jumbo zelf ben ik nergens meer tegen gekomen. Mijn griezelige vermoeden had me gelukkig voorgelogen. Maar boven alles was de Jumbo ook gewoon nog ’s heel goedkoop.